Krant: Eindhovens Dagblad
Publicatiedatum: 03/04/2004
Omschrijving: Opinie: Malaise rond het nieuwe vreemdelingenbeleid
Malaise rond het nieuwe vreemdelingenbeleid
Met de komst van minister Verdonk (Vreemdelingenbeleid) is er een definitief einde gekomen aan het gedoogbeleid voor aszielzoekers. Maar dat betekent niet dat het nieuwe beleid zoveel beter is, stelt Cor Anneese.
Door COR ANNEESE
De oude vreemdelingenwet bood tot 1 april 2001 aan duizenden asielzoekers de juridische mogelijkheid vele malen tegen een rechterlijke beslissing in beroep te gaan.Zulke opties zijn bij de nieuwe wetgeving volledig van de baan. De 48 uur-procedure bij aanmelding houdt voor de meeste nieuwkomers in dat ze na twee etmalen te horen krijgen dat zij naar het land van herkomst terug moeten keren. De kracht van de nieuwe wet bestaat nu in het uitwijzen van asielzoekers en dit geldt ook voor de langere tijd verblijvende uitgeprocedeerde asielzoekers. Deze mensen vallen weliswaar onder de oude vreemdelingenwet maar zijn feitelijk slachtoffer van het gedoogbeleid van vorige kabinetten. Nu dragen deze spijtoptanten de verantwoordelijkheid om zelfstandig naar hun land van herkomst terug te keren. Er wordt in dit verband gesproken over een meewerkcriterium of buiten schuldcriterium, wat betekent dat de vreemdeling actief moet meewerken aan zijn vertrek of anders zelf moet aantonen dat hij in het land van herkomst niet meer toegelaten wordt. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat asielzoekers die hier soms acht tot tien jaar zonder verblijfsvergunning wonen en vrienden en kennissen hebben gemaakt, zonder slag of stoot gaan meewerken aan een heilloze terugkeer naar een land van waar uit ze moesten vluchtten onder benarde omstandigheden. Zulke mensen gaan nog altijd gebukt onder de last van hun verleden. Hun leven staat in het teken van onverwerkt verdriet over wat hen is aangedaan. Recentelijk uitte de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (AVZC) felle kritiek op de onzorgvuldige werkwijze van de IND; dit keer niet alleen vanwege de kwaliteit van werken, maar ook op grond van de nieuwe wet waarin een 48 uur-procedure bij de intakes van het eerste en tweede gehoor van kracht is. Volgens deze commissie zou zo'n procedure ongeveer twee keer zo lang moeten duren. Ook vindt de AVZC dat er voor alle asielzoekers een en dezelfde werkwijze zou moeten komen ongeacht de kans om in ons land toegelaten te worden. Er wordt trouwens al jaren kritiek op de mate van zorgvuldigheid van werken bij de Immigratie-en Naturalisatie Dienst uitgeoefend. Nu is blijkbaar de maat vol en dringen de mensenrechtencommissies van Human Right Watch en de UNHCR bij het kabinet erop aan het huidige beleid te wijzigen. Volgens de AVZC hebben afgewezen asielzoekers bij een negatieve beoordeling weinig kans om bij de rechter alsnog een vergunning te krijgen. Ook wetenschappers hebben geen goed woord over de ontstane politieke situatie. Ze vinden dat de asielprocedure door de IND aangewend wordt om zoveel mogelijk vreemdelingen af te wijzen. Zo vindt Pieter Boeles, hoogleraar in het immigratierecht te Leiden, dat Nederland in het asielrecht een politiestaat is waarin de IND de dienst uitmaakt. Anton van Kalmthout, hoogleraar strafrecht in Tilburg, geeft zijn mening over het uitzetbeleid kort en bondig weer: 'Nederland is voor de Nederlanders een rechtstaat en voor vreemdelingen is het een uitgeklede rechtstaat.' De voorzitter van het Centrum voor migratierecht in Nijmegen, Kees Groenendijk, is van mening dat het risico van uitzetting onaanvaardbaar groot is omdat we mensen terugsturen die wel degelijk bescherming nodig hebben. In de nieuwe Vreemdelingencirculaire is bepaald dat medische klachten die een asielzoeker zegt te ondervinden als gevolg van gebeurtenissen in het land van herkomst, geen rol spelen bij de beoordeling van het asielrelaas. Dit omdat er medisch gezien geen zekere uitspraken zijn te doen over de oorzaak van medische klachten of littekens. Een dergelijke wettelijke regeling toegevoegd aan het actuele Vreemdelingenbeleid heeft verregaande gevolgen voor asielzoekers. In het zojuist verschenen rapport-Smeet wordt ongezouten kritiek geuit op het functioneren van het Bureau Medische Advisering dat zich als raadgevende instantie van de IND voornamelijk blijkt bezig te houden met de bestudering van dossiers. Dit betekent dat medische advisering aan de IND plaats vindt zonder asielzoekers gezien of onderzocht te hebben. De vraag is of dit niet in strijd is met de medische code. Overigens heeft de IND ook nog de bevoegdheid om verstrekte medische adviezen ter zijde te leggen. Opmerkelijk is ook dat in het jaar 2001 maar 219 (0,6 procent) van alle asielzoekers op medische gronden een vluchtelingenstatus kregen. Te verwachten valt dat door de 48 uur-procedure er helemaal geen tijd meer is voor juridische hulp, laat staan voor consultatie van een medische specialist, een psycholoog of een psychotherapeut inzake onderzoek op eventuele psychotraumata. Dit feit weerlegt gelijktijdig de opvatting van de regering dat de gezondheidszorg een aanzuigende werking op het aantal aanmeldingen van asielzoekers zou uitoefenen. In dit verband concludeert de medicus Evert Bloemen van het kenniscentrum Pharos dat het er sterk op lijkt dat medische zaken zo veel mogelijk buiten de Nederlandse asielprocedure worden gehouden. Dit strookt met de internationale verdragen, noch met de medische en wetenschappelijke kennis. Het traumabeleid in de asielprocedure wordt door de IND dermate juridisch en technisch toegepast dat het voorbijgaat aan de realiteit van psychologische processen die samenhangen met traumatisering. De malaise van het nieuwe vreemdelingenbeleid is dus nog lang niet ten einde. De auteur is psycholoog.